| Afkorting |
Definitie |
|
| 1-P-F |
One-Piece-Flow |
Continue, niet batchgewijze stroom van producten (en informatie). |
| 3W |
Who - What - Where |
Actielijst met taken, uitvoerenden en planning. |
| 5S |
5S-Housekeeping |
5S is methodiek voor 'Good Housekeeping', gericht op het gestandaardiseerd inrichten van de werkplek. Dit bevordert de werkefficiëntie en maakt verspilling inzichtelijk. |
| 5W |
5-Why |
Meerdere keren (circa 5x) doorvragen om de werkelijke oorzaak van een probleem te achterhalen. |
| 5W2H |
Is - Is Not Analyse |
Vragen : Wie, Wat, Wanneer, Waar, Waarom, Hoeveel, Hoe vaak. Hierbij steeds noteren wat er 'wel' gebeurde en wat er 'niet' gebeurde. |
| 6σ |
Six Sigma |
Six Sigma is een rigoureuze en systematische methode die alle beschikbare data aanwendt voor het maken van statistische analyses ter verbetering van de operationele prestaties en het voorkomen van defecten. |
| 7QC |
7 Quality Control Tools |
De belangrijkste tools op gebied van kwaliteitsanalyse & -borging. (NB: er zijn meer dan zeven tools) |
| 8D |
Eight Disciplines |
De acht stappen voor Problem Solving. Standaard wijze van zowel aanpak als rapportage. Oorsprong Ford. |
| ABC |
Activity-Based Costing |
ABC is een methode ter bepaling van de kostprijs gebaseerd op de kosten van processtappen en activiteiten. |
| ADD |
Average Daily Demand |
De gemiddelde vraag per dag. |
| AD |
Anderson-Darling |
Geeft aan hoe goed een verdeling bij een dataset past. Is 0 als er een exacte match is. |
| AFR |
Average Failure Rate |
Gemiddeld aantal failures per tijdseenheid. |
| AHP |
Analytic Hierarchy Process |
Een techniek die mogelijkheden biedt om complexe vraagstukken te analyseren. AHP ondersteunt de beslisser bij het vinden van oplossingen die het beste voldoen aan de behoefte. |
| AIAG |
Automotive Industry Action Group |
Grote drie US automobiel fabrikanten GM, Ford en Chrysler hebben dit samenwerkingsverband opgericht, dat ook open staat voor andere OEM's, leveranciers, service providers, overheden en onderzoeksinstellingen. |
| ANCOVA |
Analysis of Covariance |
ANCOVA is een combinatie tussen ANOVA en regressie. Met behulp van de methode kunnen fouten worden gereduceerd die in het ANOVA model voorkomen. |
| ANOVA |
Analysis of Variance |
Test de hypothese dat de gemiddelden van twee of meer samples of populaties gelijk zijn. |
| ARL |
Average Run Length |
Het gemiddeld aantal waarnemingen tussen twee opeenvolgende out-of-control signalen in een regelkaart. Bij een stabiel gecentreerd proces is ARL maximaal. Verschuift het gemiddelde of wordt de spreiding groter, dan zal de ARL kleiner worden. |
| BB |
Black Belt |
Black Belts zijn enerzijds project managers en anderzijds vakspecialisten. Deze professionals zijn verantwoordelijk voor de ontwikkeling van producten en processen of voor het verbeteren daarvan. Six Sigma Black Belts zijn in staat om met baanbrekende oplossingen te komen door het toepassen van (statistische) tools of het succesvol doorvoeren van wijzigingen in een complexe omgeving. |
| BSC |
Balanced Scorecard |
De Balanced Scorecard is een vertaling van strategische doelen in concrete, meetbare parameters, onderverdeeld in vier categorieën : financieel, klanten, interne bedrijfsvoering en ontwikkeling & groei. |
| C |
Curvature |
Curvature is de afwijking waarin een geometrisch object afwijkt van lineariteit / rechte lijn. |
| C&E Diagram |
Cause and Effect Diagram |
Diagram om de relaties tussen één gevolg/failure mode en alle potentiele oorzaken weer te geven. Ook bekend onder de namen Ishikawa- en Visgraatdiagram. |
| C&E Matrix |
Cause and Effect Matrix |
Matrix om de relaties tussen meerdere oorzaken en meerdere gevolgen weer te geven. Scores en weegfactoren worden gebruikt om prioriteiten te stellen. |
| C/O |
Change-Over Time |
Tijd die nodig is om van het produceren van een bepaald product over te stappen op een ander product. |
| C/T |
Cycle Time |
Cycle time is de (gemiddelde) tijd tussen het gereedkomen van opeenvolgende producten in een proces(stap). |
| c2[n] |
Chi-Square Distribution |
Is de Probability density functie van de som van gekwadrateerde standaard normaal verdeelde variabelen. Wordt gebruikt voor testen m.b.t. steekproefvarianties en het vergelijken van telresultaten. |
| CCD |
Central Composite Design |
Central Composite designs: Een Design plan (DOE) dat gebruikt wordt om niet-lineaire effecten te onderzoeken. |
| c-Chart |
c-Chart |
Regelkaart waarmee het aantal defects in een steekproef wordt weergegeven en beheerst. (Let op: het gaat hier over defects en niet over defectives). |
| CDF |
Cumulative Distribution Function |
De cumulative distribution function F(x) voor een waarde van x, geeft de cumulatieve kans behorende bij de PDF (Probability Density Function) f(x). |
| CI |
Confidence Interval |
Betrouwbaarheidsinterval. Een betrouwbaarheidsinterval geeft het gebied van waarden aan, waarin de werkelijke waarde met een zekere graad van betrouwbaarheid ligt. Meestal wordt een waarschijnlijkheid van 90%, 95% of 99% gebruikt. |
| CI |
Continuous Improvement |
Voortdurend werken aan verbeteren. Vandaag iets beter doen dan gisteren en vasthouden wat al bereikt is. |
| CM |
Change Management |
Verzameling van methodieken die sturing geven aan het veranderproces bij het invoeren van (significante) wijzigingen in een organisatie; zowel technisch of organisatorisch. |
| CODND |
Cost of Doing Nothing Different |
Kosten die gepaard gaan met het uitvoeren van processen (stappen) zonder essentiële wijzigingen te hebben uitgevoerd. |
| CONWIP |
Constant Work In Process |
CONWIP bepaalt het maximum aantal orders, onderdelen of uren op de werkvloer. |
| COPQ |
Cost of Poor Quality |
Kosten veroorzaakt door onvoldoende kwaliteit. De som van Inspectiekosten, interne failure en externe failure kosten. Soms ook het totaal aan (verborgen) kosten voor alle problemen en (efficiëntie) verliezen. |
| Cp |
Capability index |
Maat voor de theoretische korte termijn process capability. Geeft aan wat het proces potentieel kan.
Cp=(USL-LSL) / 6 sigma. |
| CPA |
Critical Path Analysis |
Het kritieke pad is een projectplanningsbegrip, dat aangeeft welke activiteiten in een tijdsplanning de einddatum bepalen. Het volgt de tijdslijn van afhankelijke sequentiële activiteiten. |
| Cpk |
Capability index |
Korte termijn Capability index t.o.v. dichtsbijliggende specificatie grens. Metric om aan te geven hoe Capable een product / proces binnen zijn specificatie grenzen zit. |
| Cpm |
Taguchi Capability Index |
De Taguchi index is een alternatieve procescapaciteit indicator voor Cp. Houdt rekening met afwijkingen van het procesgemiddelde t.o.v. target. Wordt weinig gebruikt. |
| CRB |
Change Review Board |
Stuurgroep van personen die een wijzigingsvoorstel beoordeeld en eventueel de voortgang van een wijzigingsproject in de gaten houdt. |
| CRT |
Current Reality Tree |
De CRT legt verbanden vast tussen processen en resultaten. De opbouw van de CRT is de "waarom" vraag, waarmee complexe problemen worden verholpen. |
| CTC |
Critical To Cost |
KPOV ingedeeld naar "area of impact". De focus ligt op kosten. |
| CTD |
Critical To Delivery |
KPOV ingedeeld naar "area of impact". De focus ligt op leverbetrouwbaarheid. |
| CTP |
Critical To Process |
KPOV ingedeeld naar "area of impact". De focus ligt op proces |
| CTQ |
Critical to Quality |
KPOV ingedeeld naar "area of impact". De focus ligt op kwaliteit |
| CTS |
Critical To Satisfaction |
Definitie van CTS: Een eigenschap van een Product of Service die belangrijk is voor de klant. |
| CUSUM |
Cumulative Sum |
Speciale SPC regelkaart. Geeft de cumulatieve som weer van de afwijkingen van elke steekproef van de streefwaarde. |
| DCP |
Data Collection Plan |
Een plan dat beschrijft hoe en welke data verzameld moet worden. |
| df |
Degrees of Freedom |
Het aantal waarden dat vrij te kiezen is in een berekening van een statistische grootheid. |
| DFA |
Design for Assembly |
Bij ontwikkeling rekening houden met eenvoudige en foutloze assemblage. |
| DFMEA |
Design Failure Mode, Effects, and Analysis |
FMEA die de functies van het ontwerp analyseert. Wordt toegepast bij het analyseren van mogelijke fouten in de ontwikkelfase. |
| DfSS |
Design for Six Sigma |
Robust Design, DFA en focus op het voorkomen van problemen tijdens ontwikkelfase |
| DMADV |
Define, Measure, Analyze, Design, Verify |
DMADV is een roadmap (stappenplan) in een Design For Six Sigma (DfSS) project. Het is een proces om nieuwe producten of procesontwerpen effectief te realiseren. |
| DMAIC |
Define, Measure, Analyze, Improve, Control |
DMAIC is een roadmap (stappenplan) in een Process Improvement of Breakthrough Improvement project. Systematische manier om problemen aan te pakken of processen te optimaliseren. |
| DOE |
Design of Experiments |
Systematische en zeer efficiënte manier om experimenten uit te voeren. Relaties tussen factoren en responses worden onderzocht. Ook interacties worden in kaart gebracht. |
| DPM |
Defects per Million |
Aantal defects per miljoen eenheden(units). |
| DPMO |
Defects Per Million Opportunities |
DPMO is het aantal defects per miljoen opportunities: DPMO = DPOx10^6. |
| DPO |
Defects Per Opportunity |
DPO is het aantal defects per opportunity: DPO = DPU/O. |
| DPU |
Defects Per Unit |
DPU is het aantal defects per eenheid (unit). DPU kan groter dan 1 zijn omdat een unit meer dan één fout kan hebben. |
| DRBFM |
Design Review Based on Failure Mode |
Methode om potentiële fouten in een wijzigingstraject vroegtijdig in kaart te brengen. Gebaseerd op de wetenschap dat problemen vaak ontstaan als een bewezen ontwerp veranderd wordt. |
| EBIT |
Earnings Before Interest and Tax |
Winst voor rente en belasting. |
| ECR |
Engineering Change Request |
Een onderbouwd voorstel tot een wijziging van een product ontwerp. |
| EEM |
Early Equipment Management |
"Design for Maintainability" Houdt bij het ontwerpen van equipment al rekening met onderhoudbaarheid. |
| EPEx |
Every Part, Every X |
Het vermogen om elk onderdeel elke "X" (tijdsinterval)te maken. Door verkorten van omsteltijden en kleinere batches te produceren, kunnen de processen sneller reageren op veranderende behoeften in vervolgprocessen. |
| ERP |
Enterprise Resource Planning |
Met behulp van de ERP-software worden alle bedrijfsprocessen, waaronder voorraadsystemen, bedrijfsadministratie en logistiek zodanig met elkaar verbonden, dat alle vergaarde informatie door het hele bedrijf, door iedereen, bruikbaar is. |
| ESS |
Environmental stress screening |
ESS is het proces van blootstelling van producten aan vibraties en thermische cycli. Zodoende wordt effectdetectie geforceerd. Van de producten die goed door de test heen komen wordt verondersteld dat deze een hogere betrouwbaarheid hebben dan de ongeteste producten. |
| EWMA |
Exponentially Weighted Moving Average |
Speciale SPC regelkaart voor het gemiddelde van individuele observaties. |
| F(t) |
Cumulative Failure probability Function |
Zie Reliability Functie R(t); R(t)=1-F(t). |
| FIFO |
First-In-First-Out |
FIFO staat bekend als "het vakkenvulsysteem" waarbij nieuwe producten als laatste de fabriek zullen verlaten. Zodoende wordt er tegengegaan dat oude producten blijven liggen in magazijnen. |
| FIT |
Failure in Time |
Failure rates zijn vaak zo klein, dat het niet handig is om de eenheid "aantal failures per uur" te gebruiken. In plaats daarvan gebruiken we het ppm failures per 1000 uur, dit wordt "Failures in Time" genoemd. |
| FMEA |
Failure Mode and Effect Analysis |
Risk assessment om impact en kans op storing in kaart te brengen alsmede detectie mogelijkheid. |
| FMECA |
Failure Mode, Effects, and Criticality Analysis |
De FMECA is een uitgebreide variant van de FMEA. De additie is de "criticality" welke gebruikt wordt om de kans op fouten uit te zetten tegenover de severity (ernst) en de gevolgen. |
| FRT |
Future Reality Tree |
FRT is onderdeel van TOC, met behulp van de FRT kan in complexe situaties simulaties worden uitgevoerd. |
| FTA |
Fault Tree Analysis |
De Fault Tree Analysis (FTA) is een boomstructuur waarin faalvormen en de basis gebeurtenissen die deze faalvormen veroorzaken, worden onderzocht. |
| F-Test |
Fisher Test |
Met behulp van de F-Test worden de variantie verschillen tussen twee normale verdelingen getoetst. De F-test wordt gebruikt voor twee onderling onafhankelijk aselecte steekproeven. |
| FTY |
First Time Yield |
First Time Yield is het aantal producten dat in één keer goed is (producten zonder herbewerkingen) gedeeld door het totale aantal producten. |
| G8D |
Global 8D |
Zie 8D. |
| GB |
Green Belt |
Een Green Belt is een vakspecialist die verantwoordelijk is voor het opzetten en optimaliseren van processen. Door de juiste combinatie van specialistische vakkennis, statistische analyse en de gestructureerde Six Sigma methodiek bereikt hij significante verbeteringen in prestatie en kwaliteit. |
| H(t) |
Cumulative Hazard Function
|
Dit is de integraal van de hazardfunctie h(t). Wordt gebruikt bij reliability. |
| h(t) |
Hazard Function |
zie Failure Rate. |
| H0 |
Null Hypothesis |
Bewering die in een statistische toets wordt getoetst. Deze wordt verworpen ten gunste van een alternatieve hypothese als de uitkomst van de toets onwaarschijnlijk is. |
| HA |
Alternative Hypotheses |
De Alternatieve Hypothese (Ha) wordt voor waar aangenomen als de Nul Hypothese (H0) verworpen is. |
| HALT |
Highly Accelerated Life Testing |
HALT is een stresstest methode. Het wordt toegepast in o.a. de elektronica producerende industrie om de productbetrouwbaarheid te testen. |
| HOQ |
House Of Quality |
House of Quality is een grafische tool om de relatie tussen de wensen van de klant en de eigenschappen van een product vast te leggen. HOQ is een onderdeel van Quality Function Deployment (QFD) en gebruikt een planningsmatrix die de vorm heeft van een huis met een puntdak. |
| IB |
Installed Base |
Het aantal geïnstalleerde systemen. |
| ICA |
Interim Containment Action |
Stap 3 in het 8D proces, waarbij gedefinieerd wordt wat bij een probleem gedaan moet worden om tijdelijk verder te kunnen produceren zonder de oorzaak te kennen. |
| I-Chart |
Individuals Control Chart |
Regelkaart voor individuele waarnemingen. |
| I-MR-R/S |
I-MR-R/S (Between/Within) Control Chart |
Speciale regelkaart die bestaat uit drie regelkaarten, één voor het gemiddelde van subgroepen, één voor de variatie tussen de subgroepen en één voor de variatie binnen de subgroepen. |
| IQR |
Interquartile Range
|
De IQR is de range van de middelste 50% van een dataset. Het is het verschil tussen eerste en derde kwartiel. De IQR wordt gebruikt om box plot mee te maken. |
| IRR |
Internal Rate of Return |
De interne opbrengstvoet (internal rate of return, IRR) of effectief rendement is een getal, meestal uitgedrukt als percentage, dat het netto rendement van de investeringen in een project weergeeft. Het is de opbrengstvoet (ook disconteringsvoet genoemd) waarbij de netto contante waarde van het geheel van kosten en baten nul is. Een project is aantrekkelijk als de IRR hoog is. |
| ITR |
Inventory Turn Ratio |
Omloopsnelheid van de voorraad. De inventory turn ratio berekent hoe vaak een bedrijf per jaar zijn voorraad verkoopt en dus hoe efficiënt het omgaat met zijn middelen. |
| JIT |
Just-In-Time |
Just in time is een methode om voorraden te minimaliseren. Het gaat uit van aan/uitlevering op het juiste moment, zodoende is het mogelijk om voorraden zo laag mogelijk te houden. |
| JSP |
Job Shop Problem |
Een veralgemenisering van het reizigersprobleem. Hoe plan ik de job shop orders op de meest efficiënte manier. |
| JSP |
Job Shop Production |
JSP is een productiemethode waarbij wordt uitgegaan van productie van kleine orders of batches. Mede door de vele vereiste specificaties is het van belang om effectief de materiaal flow te kunnen beheren. |
| KANO |
KANO-Model |
Is een model dat een relatie legt tussen het wel of niet aanwezig zijn van producteigenschappen en klanttevredenheid. Het helpt bij het stellen van prioriteiten en herkennen van opportunities. |
| KIA |
Kappa Index of Agreement |
De kappa-index wordt gebruikt om de mate van overeenkomst in beoordelingen te kwantificeren. Een 1 betekent volledige overeenkomst en een 0 betekent dat het volledig door toeval te verklaren is. Een negatieve waarde wijst op minder overeenkomst dan op basis van toeval verwacht wordt. |
| KPI |
Key Performance Indicator |
Metric op management niveau om performance te monitoren. |
| KPIV |
Key Process Input Variable |
Belangrijke factor die invloed heeft op het proces en daarmee het resultaat kan beïnvloeden. |
| KPOV |
Key Process Output Variable |
Belangrijke kenmerk van het product (of dienst) dat wordt voortgebracht door een proces. |
| L/T |
Lead Time |
De tijd die nodig is om één onderdeel door het hele proces of value stream te voeren, van begin tot eind. |
| Lean |
Lean |
Is een managementfilosofie die erop gericht is om verspillingen (Muda), zaken/activiteiten die geen waarde toevoegen, te elimineren. Is heel breed toepasbaar en kan in elk proces (elk werk is een proces) toegepast worden. |
| LM |
Lean Manufacturing |
Zie Lean, maar dan toegespitst op manufacturing processen. |
| LSL |
Lower Specification Limit |
Onderste specificatiegrens van een tolerantie range |
| LSS |
Lean Six Sigma |
Management methodiek en tools om doorlooptijd en kwaliteit te verbeteren. Combinatie van de Lean en de Six Sigma methodieken. |
| μ |
Population Mean |
Het gemiddelde van alle waarden uit een populatie |
| MA |
Moving Average |
Voortschrijdend gemiddelde: een gemiddelde van een bepaald aantal opeenvolgende getallen in een tijdreeks. |
| MBB |
Master Black Belt |
Black Belt die ander Black Belts traint en coacht. Voert grote projecten uit en heeft minstens 5 jaar ervaring als Black Belt. |
| MBTI |
Myers Bridge Type Indicator |
MBTI is een veel gebruikte methodiek om bij bijvoorbeeld teambuilding de verschillende persoonlijkheden binnen een team te kunnen beschrijven. Op basis hiervan kunnen binnen het team afspraken over de manier van samenwerking gemaakt worden. |
| MLE |
Maximum Likelihood Estimation |
Is een veel gebruikte methode om een statistisch model passend te maken aan een dataset. |
| MRP |
Manufacturing Resource Planning |
MRP is een integrale productiebesturing. Hiermee wordt een prognose van de te vervaardigen eindproducten gemaakt. Het aantal mensen, machines, voorraden, etc wordt hierbij op de prognose ingesteld. |
| MSA |
Measurement System Analysis |
MSA onderzoekt de variatie en afwijking van een meetsysteem. |
| MSSD |
Mean of Squared Successive Differences |
Gemiddelde van gekwadrateerde opeenvolgende verschillen. Wordt gebruikt als schatter voor de populatie variantie. |
| MTBF |
Mean Time Between Failures |
MTBF is een parameter die weergeeft wat de gemiddelde tijd is tussen twee opeenvolgend failures. Het is een belangrijk gegeven voor het analyseren van de betrouwbaarheid van systemen. |
| MTTF |
Mean Time To Failure |
De gemiddelde tijdsduur tot de eerste failure van systemen. |
| MUDA |
Muda |
Muda is Japans voor verspilling. Deze term wordt gebruikt binnen Lean. Er zijn zeven muda's (soms wordt er nog een bijkomende achtste en negende opgesomd). |
| NCR |
Non Conformity Report |
Formulier om afwijkingen te rapporteren. |
| NPC |
Name Plate Capacity |
De maximale output van een systeem onder door de leverancier van het systeem gespecificeerde condities. |
| NP-Chart |
Number of defective items - Control charts |
Regelkaart waarmee het aantal defecte producten wordt weergegeven en beheerst. |
| NVA |
Non-Value Added Activities |
Activiteiten waarvoor de klant niet bereid is te betalen. Het zijn de 7 vormen van waste (muda). |
| OCAP |
Out-of-Control Action Plan |
De actie die ondernomen moet worden als een Out-of-Control situatie wordt gesignaleerd. |
| OEE |
Overall Equipment Effectiveness |
De OEE is een metric die aangeeft hoe effectief een machine benut wordt ten opzichte van de zogenaamde ideal machine. |
| OFAT |
One-Factor-At-a-Time |
Een methode waarbij steeds één factor per keer wordt veranderd, de overige factoren worden constant gehouden. Het resultaat is gewoonlijk sub-optimaal. |
| Opex |
Operational Excellence |
Operational Excellence heeft betrekking op het leveren van producten en diensten, op het juiste moment in de juiste kwaliteit en tegen de juiste kosten. |
| OPY |
Overall Process Yield |
Zie RTY (Rolled Throughput Yield). |
| OTD |
On-Time Delivery |
OTD richt zich op het op tijd leveren van producten volgens klanteneisen. |
| P |
Probability |
P(X=x); P is de kans dat x de uitkomst is van de toevalsvariabele X. |
| P/T Ratio |
Precision to Tolerance ratio |
Dit is de verhouding tussen de breedte van de meetprocesvariatie (6 sigma) en de tolerantie (specificatie range). |
| PBS |
Product Breakdown Structure |
De PBS is een hiërarchische boomstructuur welke alle samenhangende onderdelen van een product zichtbaar maakt. |
| PCA |
Permanent Corrective Actions |
Een correctieve actie die het probleem definitief oplost. |
| p-Chart |
Proportion Chart |
Control Chart om het percentage (of proportie) defecte producten te monitoren. |
| PDCA |
Plan-Do-Check-Act Circle |
De cirkel beschrijft vier verbeteractiviteiten. Het cyclische karakter garandeert dat de kwaliteitsverbetering continu onder de aandacht is. |
| PDF |
Probability Density Function |
Kansdichtheidsfunctie is een functie die aangeeft hoe de kansverdeling is voor continue data |
| PdM |
Predictive Maintenance |
Proactieve methodiek : Door middel van monitoring van gereedschap gecombineerd met historische data bepalen wanneer onderhoud gepleegd moet worden. |
| PDPC |
Process Decision Program Chart |
De PDPC methode visualiseert risicos in een project. De methode is vergelijkbaar met FMEA. |
| PERT |
Program Evaluation and Review Technique |
PERT is een analyse methode waarmee de minimale benodigde tijd voor projecten berekend kan worden. |
| PET |
Process Excellence Teams |
Kleine verbeterteams die opereren op de werkvloer. |
| PFM |
Process Flow Map |
Een PFM is een schematische weergave van de huidige of voorgestelde Process Flow inclusief in- en outputs. Het geeft een overzicht van activiteiten en beslismomenten en heeft een duidelijk begin en eind. |
| PFMEA |
Process Failure Mode, Effects, and Analysis |
FMEA die procesfuncties analyseert. Het wordt gebruikt in het analyseren van mogelijke failures in een productie- en assemblageproces. |
| PFO |
Process-Focused Organization |
PFOs richten zich op het beheersen van processen van begin tot eind. De aanpak richt zich op de operationele structuur die nodig is om continue verbeteringen te kunnen bewerkstelligen. |
| P-Kanban |
Production Instruction Kanban |
Is een signaal kaart die toestemming geeft om een aangegeven hoeveelheid van een gespecificeerd product te produceren. |
| PL |
Project Leader |
Projectleider van (verbeter)team. |
| PM |
Preventive Maintenance |
Onderhoudsmethodiek die gericht is op het voorkomen van machine-/processtoringen. |
| POLCA |
Paired-cell Overlapping Loops of Cards with Authorisation |
POLCA is een variant op kanban. POLCA wordt veelal toegepast binnen organisaties die klant specifieke producten leveren. Bij POLCA wordt de werkvloer opgedeeld in flexibele werkcellen die elk halffabricaten produceren. |
| Pp |
Process Performance Index |
Index die aangeeft hoe goed de performance van het proces is in verhouding tot de specificatie. |
| Ppk |
Process Performance Index |
Index die aangeeft hoe goed de performance van het proces is in verhouding tot de specificatie, rekening houdend met de ligging van het gemiddeld t.o.v. de specificatiegrenzen. |
| PPM |
Parts per Million |
Het aantal foute producten (defectives) per miljoen producten. |
| Q |
Quartile |
Een kwartiel is 25% van alle geordende metingen. Er zijn vier kwartielen: Q1, Q2, Q3 en Q4 . |
| QC |
Quality Control |
Verzameling van methoden die nodig zijn om de kwaliteit van een proces te beheersen. |
| QFD |
Quality Function Deployment |
Een systeem dat de eisen van de klant omzet in waarneembare variabelen op ieder niveau, van R&D tot aan de productieafdeling. QFD is een middel om de eisen van de klant te communiceren met verschillende afdelingen. |
| QHSE |
Quality, Health, Safety & Environment |
Veiligheid, Gezondheid, Milieu en Kwaliteit. In Nederland KAM (Kwaliteit, Arbo en Milieu). Zie ook SEHQ. |
| QLTC |
Quality - Logistics - Techniques - Cost |
Vier belangrijke pijlers waarmee rekening gehouden moet worden in Change Management en Product Development |
| QP |
Quality Planning (DfSS) |
Een Kwaliteitsplan gebruikt tijdens productontwikkeling om te waarborgen dat er voldaan wordt aan de Voice Of the Customer. |
| Q-Q Plot |
Quantile-Quantile Plot |
Een grafische methode om te zien of twee verdelingen met elkaar overeenkomen. Ook wel Probability Plot genoemd. Als alle punten op een rechte lijn (y=x) liggen is er een exacte overeenstemming. |
| R&R% Study |
Gage R&R Study |
Brengt de variatie van een meetproces in kaart. R&R staat voor Repeatability en Reproducibility (Herhaalbaarheid en Reproduceerbaarheid). |
| R(t) |
Reliability Function |
De reliability functie beschrijft de kans dat een systeem niet faalt vóór een gespecificeerd moment. |
| RACI |
RACI / RASIC: Roles & Responsibilities |
Het RACI-model is een matrix die gehanteerd wordt om de rollen en verantwoordelijkheden van de personen die bij een project of lijnwerkzaamheden betrokken zijn weer te geven. Wordt ook vaak aangeven als RASIC. |
| R-Chart |
Range Control Chart |
Regelkaart waarmee de variatie in een proces gemonitored wordt aan de hand van ranges in subgroepen. |
| RPN |
Risk Priority Number |
Getal dat in een FMEA gebruikt wordt om aan te geven hoe groot het risico is van een bepaalde oorzaak-failure-effect combinatie. |
| RSM |
Response Surface Methods |
Met behulp van RSM worden de (niet lineaire) relaties tussen meerdere verklarende variabelen en 2 of meer response variabelen onderzocht. |
| RSS |
Root Sum of Squares Method |
Een methode om de tolerantie van opbouwmaten te bepalen. Gaat er vanuit dat de opgetelde variabelen normaal verdeeld en onderling onafhankelijk zijn. |
| RTY |
Rolled Throughput Yield |
Kans dat een unit zonder enig defect en/of herbewerking door een aantal sequentiële processtappen komt. |
| s |
Standard Deviation |
Maat voor de spreiding van een dataset. Wortel uit de variantie van de dataset. |
| s2 |
Variance |
Maat voor spreiding van een dataset. Des te groter de variantie, des te groter de spreiding. |
| S-Chart |
Standard Deviation Chart |
Regelkaart voor standaarddeviaties van subgroepen. |
| SCM |
Supply Chain Management |
Ook wel Integraal ketenbeheer genoemd, is een principe waarbij door middel van het verbeteren van processen en samenwerking met leveranciers en afnemers een betere functionaliteit van het deelnemende bedrijf in de keten ontstaat. |
| SDCA |
Standardize-Do-Check-Act |
Zie ook PDCA. SDCA is de eerste keer dat de cirkel uitgevoerd wordt. Er wordt dan begonnen met het standaardiseren van het werk. |
| SDWT |
Self Directed Work Teams |
Een Zelf Sturend Team is een groep mensen met een helder afgebakende teamtaak. Ze zijn verantwoordelijk voor het bewaken en verbeteren van hun project, waarbij supervisie minimaal aanwezig is. |
| SFC |
Shop Floor Control |
De systemen zijn bedoeld om orderplanning/vrijgave/status en voortgangsbewaking van de productie mee te sturen en afwijkingen te detecteren. |
| SFMEA |
System Failure Mode, Effects, and Analysis |
FMEA die de functies van het systeem analyseert. Wordt toegepast bij het analyseren van systemen en subsystemen in vroege concept- en designfasen. |
| SGA |
Small Group Activities |
De SGA methode is gericht op het elimineren van problemen. Dit wordt uitgevoerd door een klein team. Door werkprocessen te standaardiseren wordt de toekomstige kans op dezelfde fout geminimaliseerd. |
| SHEQ |
Safety, Health, Environment & Quality |
Veiligheid, Gezondheid, Milieu en Kwaliteit. In Nederland KAM (Kwaliteit, Arbo en Milieu). Zie ook QHSE. |
| SIPOC |
Suppliers, Inputs, Process, Outputs, Customers |
Een SIPOC is een "high level process map" die het proces van leverancier tot klant in beeld brengt. Een SIPOC is een communicatie tool naar alle project betrokkenen. |
| SMART |
Specific Measureable Achievable Realistic Timely |
Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden. Dit zijn criteria waaraan doelstellingen van een project moeten voldoen. |
| SMED |
Single Minute Exchange of Die |
SMED is een methode ter verkorten van omsteltijden van een productieproces. |
| SOP |
Standard Operating Procedure |
SOP zijn standaard werkwijzen. Deze schrijven voor hoe taken uitgevoerd dienen te worden. |
| SPC |
Statistical Process Control |
Steekproefsgewijs controleren of het proces nog 'In-Control' is. Gebaseerd op statistisch onderbouwde beslisregels. |
| SQCDM |
Safety - Quality - Cost - Delivery - Morale |
De vijf belangrijke aandachtsgebieden binnen het Lean en Kaizen denken. |
| SS |
Safety stock |
Veiligheidvoorraad om beschikbaarheid van producten te garanderen bij positieve afwijkingen in de vraag. |
| T/T |
Takt Time |
Takt time is de (gemiddelde) tijd tussen twee opeenvolgende productvragen van de klant. Het is de maximaal toegestane tijd per eenheid om een product te produceren om aan de vraag van de klant te voldoen. |
| TOC |
Theory Of Constraint |
Een bedrijfskundig model gericht op het identificeren en beheersen van beperkingen in een bedrijf. Het model bevat logistieke en financiële gereedschappen, die erop gericht zijn de 'throughput' te maximaliseren. |
| TOPS |
Team Oriented Problem Solving |
Voorloper van 8D procedure (Ford). |
| TPD |
Technical Product Documentation |
Technische specificaties van een product (tekening) |
| TPM |
Total Productive Maintenance |
TPM is een "Corporate Cultural Change Program" dat bedoelt is de effectiviteit van de productieomgeving in het hele bedrijf te verbeteren. Dit wordt gerealiseerd door het gebruik van methoden die ervoor zorgen dat er meer geproduceerd wordt met de bestaande machines. |
| TPS |
Toyota Production System |
TPS is een systeem ontwikkeld door Toyota, het is de oorsprong van Lean. Het is gebaseerd op 14 principes gericht op het beperken van overbelasting, inconsistentie en het elimineren van verspillingen. |
| TQM |
Total Quality Management |
TQM richt zich op het foutloos uitvoeren van activiteiten, wat resulteert in kostenbesparing. Total Quality Management is gericht op continue verbetering van de bedrijfprestatie. De focus ligt op klanteneisen en strategie. |
| TRIZ |
The Theory Of Solving Inventors Problems |
TRIZ is een aanpak, verzameling tools, verzameling kennis, en gebaseerd op een model, om innovative ideeën en oplossingen voor problemen te genereren. |
| TTM |
Time-To-Market |
De benodigde tijd om een product te ontwerpen, te ontwikkelen en op de markt te brengen. |
| u-Chart |
u-Chart |
Regelkaart waarmee het gemiddeld aantal defects per eenheid wordt weergegeven en beheerst. |
| USL |
Upper Specification Limit |
Bovenste specificatiegrens van een specificatie range. |
| VAA |
Value Added Activities |
Waardetoevoegende activiteiten zijn activiteiten waarvoor de klant bereid is te betalen. |
| VCT |
Value Creating Time |
Tijd van de werkelementen die het product daadwerkelijk transformeren op een manier waarvoor de klant bereid is te betalen. |
| VOB |
Voice Of Business |
Organisatiedoelstellingen en interne kwaliteit. |
| VOC |
Voice Of Customer |
Klanttevredenheid / Klanteisen & -wensen m.b.t. functionaliteit en kwaliteit. |
| VSM |
Value Stream Map |
Value stream mapping is een visuele analysemethode die de waardestroom van producten en informatie in kaart brengt. Het maakt verspilling (muda) zichtbaar. |
| WBS |
Work Breakdown Structure |
WBS is een projectmanagementtechniek waarin een project wordt opgedeeld in concrete producten die opgeleverd dienen te worden. Het bevat een hiërarchische structuur en kent twee verschillende benaderingen: Top-Down / Bottom-Up. |
| WCM |
World Class Manufacturing |
World Class Manufacturing is het hoogste prestatieniveau dat een bedrijf kan halen in haar sector. |
| WIP |
Work in Process |
Onderhanden werk. WIP geeft de hoeveelheid onderdelen of orders aan die onderhanden is. |
| Xbar Chart |
Xbar Control Chart |
Regelkaart voor gemiddelden (Xbar) van subgroepen |
| X-MR-Chart |
Moving Range Chart |
Voor individuele waarnemingen. Bestaat uit twee regelkaarten. Eén voor de individuele waarnemingen en één voor het voorschrijdend verschil (Moving Range) tussen opeenvolgende waarnemingen. |
| YB |
Yellow Belt |
Een Yellow Belt is een vakspecialist, en assisteert bij het opzetten en optimaliseren van processen. Door kennis en ervaring met de Lean en Six Sigma aanpak kan hij deze ondersteuning verlenen. |
| Z |
Z-Value |
Z-value geeft aan hoeveel sigma's een observatie onder of boven het gemiddelde van een populatie ligt. |
| Z-MR |
Z-MR Charts |
Een regelkaart die gebruikt wordt voor short runs indien gemiddelde en sigma van opeenvolgende runs niet gelijk zijn. |
| ρ |
Correlation |
Mate van lineaire samenhang tussen twee reeksen gepaarde metingen. |
| σ |
Sigma |
De maat voor de spreiding van een populatie heet de standaarddeviatie. Het is de wortel uit de populatievariantie. |
| σ2 |
Variance |
Variantie van de populatie. Een maat voor de spreiding. |